Stichting SKAMPA

Hulp aan Elbaan

Ziekenhuisbedden en medische apparatuur

In 1995 was het treurig gesteld met de gezondheidszorg. De werkgroep Utrecht had al een actie opgezet om ziekenhuisbedden en medische apparatuur te verzamelen, die in Nederland werd vervangen. We gaan op bezoek.

vrijdag 21 april 1995

… Om 10 uur worden we ontvangen door de directie van het ziekenhuis. De weg er heen loopt door een sterk verkrotte buurt. De weg is uitermate slecht. Het ziekenhuiscomplex maakt een sterk verwaarloosde indruk, oud, vervallen en veel kapot. Op de gekste plaatsen stroomt water uit gebroken leidingen. In veel ramen staat geen glas en het stinkt overal verschrikkelijk…

…De directeur heeft een waslijst van wensen, maar speciaal wijst hij op het gebrek aan management in het ziekenhuis. Overal lopen inderdaad mensen vrij doelloos rond; er is duidelijk gebrek aan een duidelijke taakverdeling, aan onderlinge samenhang tussen afdelingen en aan centrale voorzieningen. Vooral de centrale keuken en wasserij zijn volgens de directeur een puinhoop. Overal ligt rotzooi, waar iedereen langs loopt…

….Tegen zes uur worden we vanavond afgehaald door Besim Kacaku, die ons naar de vrouwenkliniek van dokter Delghiueri zal brengen. Eigenlijk heb ik helemaal geen trek om weer zo’n vervallen, stinkende kliniek te bezoeken…

…Tot mijn verrassing zie ik dat dit ziekenhuis er beter uitziet. Het valt op dat de stoep, borders en de omgeving van het gebouw er beter verzorgd uit zien dan de ziekenhuizen, die we vanmorgen bezochten. …

….Overal is het rustig, warm en schoon. Overal zie je ook verpleegsters, die keurig in het wit gestoken hun werk doen. Op iedere afdeling stelt de dokter ons voor aan een vrouw, die daar de leiding heeft. Zenglundert als de dokter vertelt, dat zij zo goed voor haar afdeling zorgt. Op de couveuse-afdeling staan slechts 2 couveuses. In de ene liggen twee baby’s, in de andere drie. Een zuster laat zien, dat ze hier ook een apparaat heeft om geelzucht te bestrijden met een speciaal soort hoogtezon. Er blijkt echter in het ziekenhuis geen reservelamp te zijn. In een andere kamer – een zaal mag je het niet noemen – hangen een serie wiegjes dicht tegen elkaar aan een balk. In iedere wieg ligt een baby rustig te slapen onder een oud en dikwijls versleten dek, dat echter schoon is. Wel valt op dat er overal grote donker roodpaarse vlekken op de lakentjes zitten. Het lijken wel bloedvlekken, die er niet meer uitgaan. De dokter ziet dat we er naar kijken en zegt:”Weet u wat dat is?” Ik durf niet te zeggen dat ik denk dat het bloedresten zijn. Hij glimlacht en zegt in het Frans -hij spreekt alleen maar Frans- “Dat is geen bloed, dat is stempelinkt. Dat is nodig voor de wasserij, anders krijg ik mijn spullen niet terug.” Dit is typerend voor deze kraamkliniek. Ondanks de armoede en het gebrek aan vrijwel alles, staat hier een keurige kraamkliniek. Ook de kraamvrouwen liggen in keurig opgemaakt bedden, waarvan een deel afkomstig is uit Nederland. Het zijn simpele ledikanten, geen ziekenhuisbedden, maar ze voldoen. In tegenstelling tot de ziekenhuizen is in deze kliniek van de nood een deugd gemaakt. Alles is armoedig, maar ordelijk en schoon. De schaarse apparatuur wordt goed gebruikt en er zijn creatieve oplossingen bedacht om in deze armoedige omstandigheden zo goed mogelijk te werken.