Stichting SKAMPA

Hulp aan Elbaan

Het eerste actieplan

In de eerste verkenning van de situatie in Elbasan in 1995 bleek heel duidelijk dat de scholen snakten naar kennis over West-Europese schoolsystemen en onderwijsmethoden. Op dat moment heerste nog het starre Oost-Europese staatsmodel. Het Ministerie van Onderwijs bepaalde alles. Het dagelijkse schoolprogramma was op alle scholen hetzelfde van vak tot vak, van leerjaar tot leerjaar, van uur tot uur, van lesmethode tot lesmethode. Slechts hier en daar zag je een minder strenge klassikale uniforme aanpak. In de eerste gesprekken met de onderwijsinspecteur, Adem Paralloi, bleek dat hij persoonlijk inzag dat deze uniforme werkwijzen geen recht deden aan de persoonlijke verschillen tussen leerlingen en ook niet aan de verschillen tussen de docenten. Hij had als inspecteur al ingestemd met een experiment; een cursus Engels voor docenten op een niet traditionele klassikale manier. Dat kon omdat Engels nog niet in het normale lespakket zat. Hij voegde er echter wel aan toe, dat zo’n  experiment ieder moment kon worden stop gezet als er een politieke machtswisseling zou komen. Immers, iedere verandering van de macht betekende ook wisseling van personen; ontslag van oude en benoeming van van nieuwe directeuren en onderwijsinspecteurs. Met deze informatie in ons achterhoofd gingen we op bezoek in de scholen.

 Het beeld dat Adem Paralloi had geschilderd bleek volledig te kloppen. Wat echter het meest opviel was de armoedige situatie, waarin het onderwijs plaats vond. Overal was het schoolmeubilair totaal versleten. Een paar scholen hadden oud meubilair uit Nederland of Denemarken gekregen. Het Albanese lesmateriaal was uiterst minimaal en niet voor alle kinderen beschikbaar. Wat echter heel positief bleek was het lesgeven van de leraar.  Die had slechts  een grijs versleten schoolbord, waarop je nauwelijks kon lezen was er geschreven werd. En toch gaven ze boeiend les. Ja, het was klassikaal, het was slechts verbaal, maar het was enthousiast. Het waren in dat opzicht vakbekwame docenten.

Ook de directeuren maakten een positieve indruk. Ze wilden graag goed onderwijs in hun school, maar de meesten straalden uit dat ze geen idee hadden wat ze als directeur daar aan konden doen. Steevast vertelden ze dat ze uitvoerden wat de onderwijsinspecteur hen opdroeg. De inspecteur was ook degene die de leraar inspecteerde, corrigeerde, stimuleerde, overplaatste of ontsloeg.

Aan teamontwikkeling werd niets gedaan, niet door de onderwijsinspecteur, niet door de directeur. De directeur was slechts de controleur en administrateur. Toen werd ons duidelijk dat in feite de groep onderwijsinspecteurs, waarover Adem Paralloi de scepter zwaaide, de feitelijke leidinggevenden waren.

De pedagogische school

Een school, die een bijzondere positie had, was de pedagogische school, Luigi Guraquki. De directeur was Dritan Pajenga.

woensdag 19 april 1995

…. Op de Pedagogische School worden we ontvangen door de heer Pajenga, een jonge directeur, die Engels spreekt. Hij is de eerste man met wie we rechtstreeks kunnen praten. Hij ontvangt ons in zijn kamer (die er netjes uitziet) samen met een groep van vijf oudere mannen, die geen Engels spreken. Hij stelt ze allemaal voor…

….We krijgen vervolgens een overzicht van het programma van deze school voor leerlingen van 14 tot 18 jaar. Er zijn nu 568 leerlingen, die opgeleid worden als algemeen leraar voor leerlingen in het primaire onderwijs onderbouw (6 tot 10 jaar) of als leraar Frans, Duits of Engels in bovenbouw van het primaire onderwijs (10-14 jaar)…

…Pajenga heeft een goed verhaal over de noodzakelijk onderwijsvernieuwing en met name over de eigen verantwoordelijkheid en initiatief van de leerlingen. We krijgen ook een rondleiding door de school, een gebouw van meerdere verdiepingen met hoge donkere gangen. Overal is te zien dat de school indertijd slecht gebouwd is en onvolledig afgewerkt. Op veel plaatsen zijn bijvoorbeeld zit geen deksel op de contactdozen van de elektrische leidingen. Duidelijk is ook dat er in de afgelopen geen onderhoud is gepleegd. De deuren zijn versleten en slecht gerepareerd. Het meubilair is oud en versleten, verveloos en gerepareerd door een schele timmerman met twee linkerhanden. Iedere doe-het-zelver bij ons kan dat beter. En toch …. de school is ordelijk. De leerlingen houden zelf mee de boel school. Er zijn nauwelijks leermiddelen. De kasten zijn leeg en blijkbaar is het nodig het weinige wat er is goed op te sluiten. Op iedere deur zit een slot en als we een lokaal verlaten wordt alles meteen weer afgesloten.

Basisscholen zijn verdeeld in onderbouw voor leerlingen van 6 tot 10 jaar en bovenbouw 10 tot 14 jaar. Leraren in de onderbouw hebben een vaste groep en geven alle vakken, in de bovenbouw werken vakdocenten zoals op een middelbare school. Daarom werden op de Pedagogische school leraren opgeleid zowel algemeen als vakdocent.

Middelbare scholen, zowel algemeen vormend als technisch, starten dus met 14-jarige leerlingen.

zaterdag 22 april 1995

Vanmorgen zijn er opvallend veel jongens en meisjes op straat. Dat is toeval, want Albanese kinderen moeten ook ’s zaterdags naar school. Vandaag wordt er echter gestaakt. De leraren willen hoger loon. Een gemiddelde leraar verdient nu 40 dollar in de maand. De vakbonden eisen 30% meer en hebben vandaag een staking uitgeroepen voor alle onderwijsinstellingen.

We hebben vanmorgen afspraken op een gymnasium. Ondanks de staking zijn de directeur en zijn staf toch op school om ons te woord te staan. De directeur geeft een heel overzicht van de rijke geschiedenis van de school en de vele medaillewinnaars in de afgelopen jaren. Er is ieder jaar een landelijke competitie tussen de scholen, wie de knapste leerlingen heeft. Dit gymnasium is blijkbaar een van de beste van het land, want afgelopen jaren zijn er niet minder dan 8 gouden medailles gewonnen. In Nederland kennen we zoiets niet. In onze ogen is het ook misplaatst om zo extreem de nadruk te leggen op een paar superintelligente leerlingen. In onze ogen zegt dat weinig of niets over de kwaliteit van een school als geheel. Later blijkt echter uit het verhaal van de directeur, dat hij toch wel oog heeft voor de meer wezenlijke taken van de school en beseft, dat de school een belangrijke rol speelt in het voorbereiden van alle kinderen op de toekomst.

We brengen verslag uit van onze bevindingen aan de algemeen onderwijsinspecteur, Adem Paralloi en overleggen met hem over verdere acties. Hij adviseert met een kleine contactgroep van enthousiaste schooldirecteuren een plan te maken.

zaterdag 29 april 1995

Vanmorgen hebben we een afsluitende bijeenkomst met de vier schooldirecteuren, die we uitgenodigd hebben om een werkgroep te vormen. We komen bijeen in de kamer van Dritan Pajenga, de directeur van de Pedagogische School. Jan geeft eerst een overzicht van onze bevindingen en stelt dan voor een “executive committee’, te vormen met Dritan Pajenga als coördinator. Dat voorstel wordt geaccepteerd. Vervolgens ontvouwen we onze ideeën over een drie-fasen-plan voor verder hulpverlening. Allereerst willen we enkele concrete problemen aanpakken, zoals schoolborden zwart verven en meubilair goed repareren. We willen dat echter wel in het teken zetten van een grotere actie, waarbij we ook naar buiten aan ouders en instanties willen laten zien dat het onderwijs in Elbasan in beweging komt. Daarom willen we er ook publiciteit aan geven en opvallende dingen doen, zoals de voordeuren schilderen. In de twee fase gaan we dan informatie overdragen via seminars en trainingen opzetten om het management van de scholen te verbeteren. We beginnen dan met pilotscholen en hopen daarna een stel volgscholen te krijgen. In de derde fase kunnen we dan een uitwisselingsprogramma opzetten tussen scholen in Albanië en Nederland. Het comité gaat akkoord met deze plannen, maar wil graag in de eerste fase ook al een leetlingenuitwisselingsprogramma opzetten.

Anastas Paparisto, voorzitter (rechts)
en contactman Dritan Pajenga (midden)

We brengen ook verslag uit aan de burgemeester. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van een schoolgebouw. Er is echter weinig of geen budget, zodat zelfs voor gebroken ruiten geen glas beschikbaar is en niets wordt gerepareerd. Het plan van de contactgroep vindt hij goed, maar verwacht er weinig van. Het voorstel om Dritan Pajenga als coördinator/contactman  te kiezen vindt hij niet goed. “Die wordt ontslagen” zegt hij. Pajenga is niet van zijn partij. Onderwijs inspecteur AdemParalloi is echter positief, dus blijft Pajenga contactpersoon.

Het bezoek eindigt met de mededeling dat het plan van de contactgroep wordt voorgelegd aan de werkgroep in Utrecht.

En daarna ....?

Er verstreek enige tijd voordat de  werkgroep medewerking  van de gemeente Utrecht kreeg en financiële middelen vond om het plan uit voeren. In 1996 werd gestart met de uitvoering, maar de Pyramide-crisis in 1997 verstoorde alles. Daarna werden nieuwe projecten opgezet.